
Het beeld van Laurentius is bezig aan een reis door ons bisdom. Eind oktober – begin november is het in onze parochie. Een aantal weken geleden woonde ik een lezing bij. De lezing ging over Laurentius. De geleerde spreker toonde aan dat veel van wat we over Laurentius weten, waarschijnlijk niet echt gebeurd is. Ik merkte dat ik me aan zijn verhaal begon te ergeren.
Gelukkig schoot me een citaat te binnen van één van mijn favoriete schrijvers: J.R.R. Tolkien. (de schrijver van ‘In de Ban van de Ring’.) In zijn beroemde essay ‘Over sprookjesverhalen’ legt hij uit dat een goed sprookje geen kinderachtig verzinsel is. Het gaat over essentiële menselijke verlangens en waarheden. Of historisch waterdicht bewezen kan worden of het echt gebeurd is, is dan minder relevant.
Het volgende verhaal over Laurentius vertelt ook een waarheid die fundamenteel is. Halverwege de derde eeuw laat de Romeinse keizer Decius de christenen vervolgen. Tijdens die vervolgingen vielen duizenden slachtoffers. De keizer was uit op de rijkdommen van de kerk. Daar had hij geruchten over gehoord. Tegen de diaken Laurentius zegt hij: Ik spaar je leven als je de schatten van de kerk verzamelt en ze over drie dagen aan mij overhandigt.
“Gedurende die drie dagen haalde Laurentius alle armen, lammen en blinden bij elkaar en leidde ze in het paleis voor aan keizer Decius met de woorden: ‘Kijk, dat zijn de eeuwige schatten; ze worden nooit minder, maar nemen in tegendeel altijd meer toe.” (Bron: www.heiligen.net.) Laurentius sterft vervolgens de marteldood.
Mensen in nood zijn de schatten van de kerk. Hoe waar dit is, schrijft Paus Leo XIV ook in zijn apostolische exhortatie ‘Dilexi te.’
Pastoor Rochus Franken
